ECLI:NL:RBNHO:2024:13967

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 november 2024
Publicatiedatum
31 januari 2025
Zaaknummer
353811
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46b Wet RO
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing van civiele zaak naar rechtbank Amsterdam wegens belangenverstrengeling

In deze civiele procedure tussen twee Verenigingen van Eigenaars (VvE's) en BOT BOUW B.V. heeft de rechtbank Noord-Holland besloten de zaak niet inhoudelijk te behandelen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO), dat de mogelijkheid biedt om een zaak door te verwijzen naar een andere rechtbank wanneer dat gewenst is vanwege betrokkenheid van de rechtbank.

De reden voor de verwijzing is dat een rechter werkzaam bij de rechtbank Noord-Holland woonachtig is in één van de appartementencomplexen die bij deze zaak betrokken zijn, wat een mogelijke belangenverstrengeling kan veroorzaken. Om de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak te waarborgen, is de zaak daarom doorverwezen naar de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank heeft bepaald dat de zaak in de huidige stand wordt overgedragen aan de rechtbank Amsterdam, die de verdere behandeling zal verzorgen. De griffier van de rechtbank Amsterdam zal partijen informeren over het verdere verloop van de procedure.

Het vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2024.

Uitkomst: De rechtbank Noord-Holland verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam wegens belangenverstrengeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/353811 / HA ZA 24-341
Vonnis van 13 november 2024
in de zaak van

1.VVE [VvE I] ,

te Amsterdam,
2.
VVE [VvE II],
te Amsterdam,
eisende partijen,
advocaat: mr. R.P. Zieltjens,
tegen
BOT BOUW B.V.,
te Heerhugowaard,
gedaagde partij,
advocaat: mr. A. de Groot.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 januari 2024 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Uit artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO) volgt dat de rechtbank een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een andere rechtbank, indien naar haar oordeel door betrokkenheid van de rechtbank behandeling van die zaak door een andere rechtbank gewenst is.
2.2.
De rechtbank overweegt dat een rechter die bij deze rechtbank werkzaam is, woonachtig is in één van de appartementencomplexen die bij deze zaak betrokken zijn. Gelet hierop zal de rechtbank, op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet RO, deze zaak niet behandelen en zal zij deze zaak verwijzen naar de rechtbank Amsterdam. De griffier van die rechtbank zal partijen informeren over het verdere verloop van de procedure.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst deze zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de rechtbank Amsterdam van
woensdag 18 december 2024.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2024.