Verzoeker heeft verzocht om het bewind over zijn goederen op te heffen, stellende dat hij geen gokproblemen meer heeft en financieel zelfstandig wil zijn. Hij werkt naar tevredenheid in het familiebedrijf en heeft een stabiele thuissituatie zonder fysiek geweld.
De bewindvoerders betwisten dit en wijzen op aanhoudende gokactiviteiten via de rekening van de partner van verzoeker, met uitgaven van meer dan €8.000 sinds juni 2024. Tevens constateren zij dat verzoeker onvoldoende kan budgetteren en regelmatig extra geld aanvraagt, wat risico's voor de betaling van vaste lasten en de woonsituatie oplevert.
De kantonrechter stelt vast dat verzoeker geen zelfinzicht toont en zijn gokgedrag ontkent, ondanks bewijs van aanhoudende gokactiviteiten. Ook de steun van de moeder van verzoeker wordt als onvoldoende beoordeeld.
Gezien het belang van een stabiele woon- en gezinssituatie, met een minderjarige dochter, oordeelt de kantonrechter dat de grond voor het bewind nog steeds aanwezig is en dat opheffing niet verantwoord is. Het verzoek wordt daarom afgewezen.