Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 237.823,00en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de raadsvrouw van de veroordeelde
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 43.535,50.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 43.535,50 (drieënveertigduizend en vijfhonderdvijfendertig euro en vijftig cent);
€ 43.535,50 (drieënveertigduizend en vijfhonderdvijfendertig euro en vijftig cent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel;
870 (achthonderdzeventig) dagen.