In deze civiele zaak tussen A.G. Steel Trading W.L.L., een rechtspersoon naar Bahreins recht, en [gedaagde], heeft de rechtbank Noord-Holland op 26 juni 2024 een tussenvonnis gewezen over de ontvankelijkheid van eiseres. De rechtbank bevestigde dat A.G. Steel ondanks uitschrijving bij de Kamer van Koophandel in Bahrein formeel blijft bestaan en rechtspersoonlijkheid bezit totdat zij is geliquideerd. Dit werd onderbouwd met juridische adviezen en een uitspraak van het Hof van Cassatie in Bahrein.
[gedaagde] betwistte de ontvankelijkheid en stelde dat A.G. Steel slechts kan procederen met gezamenlijke besluiten van bestuurders, waarbij hij zichzelf als bestuurder aanvoerde. De rechtbank verwierp dit standpunt op grond van verjaring en het ontbreken van bewijs van nietigverklaring van het ontslagbesluit. Ook het al dan niet beschikken over een bankrekening werd als irrelevant voor de ontvankelijkheid beoordeeld.
Verder verzocht A.G. Steel om tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis, maar dit werd afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende omstandigheden en het belang van het voorkomen van verdere vertraging in de langdurige procedure. De rechtbank bepaalde dat A.G. Steel haar vordering opnieuw moet instellen en materieel onderbouwen, waarna [gedaagde] daarop kan reageren.