De rechtbank Noord-Holland heeft op 26 april 2024 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen voor de duur van twaalf maanden. De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn noodzakelijk vanwege de persoonlijke problematiek van de moeder, die de ontwikkeling van de kinderen bedreigt.
De minderjarigen verblijven in verschillende gezinshuizen en worden nog steeds in hun ontwikkeling bedreigd door de situatie thuis. De moeder werkt onvoldoende mee aan hulpverlening en voldoet niet aan de gestelde voorwaarden, waardoor terugplaatsing naar huis op dit moment niet verantwoord is. De moeder was niet aanwezig bij de zitting en heeft bezwaar gemaakt tegen de verlenging en de betrokken gecertificeerde instelling.
De rechtbank weegt mee dat de kinderen het goed doen in de gezinshuizen, maar dat de moeder geen bankrekening wil openen voor twee van de kinderen en niet meewerkt aan het terug naar huis onderzoek. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd tot 1 mei 2025, evenals de ondertoezichtstelling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.