De veroordeelde is veroordeeld voor medeplegen van diefstal in vereniging en betrokkenheid bij een bankhelpdeskfraude waarbij slachtoffers telefonisch werden bewogen hun bankpas en pincode af te geven. De groep bestond uit maximaal vier personen die in wisselende samenstelling opereerden.
Op grond van de veroordeling is een ontnemingsvordering ingesteld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €52.945,95, maar stelde dit bij tot €2.825,- op basis van een pondspondsgewijze verdeling tussen de vier betrokkenen en correctie voor inbeslaggenomen bedragen.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde daadwerkelijk voordeel had genoten uit de strafbare feiten en volgde de berekening van de ontnemingsrapportage. De betalingsverplichting werd vastgesteld op €2.825,-. De rechtbank achtte aannemelijk dat de veroordeelde over voldoende financiële draagkracht beschikt om aan deze verplichting te voldoen.
Naast de ontnemingsmaatregel is de veroordeelde bij gelijktijdig vonnis veroordeeld tot 105 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. De rechtbank bepaalde tevens de duur van de gijzeling op 56 dagen voor het geval van niet-betaling.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 14 februari 2024.