De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Athene via Frankfurt naar Amsterdam, waarbij de vlucht vertraagd was en de passagier met meer dan drie uur vertraging aankwam. De passagier vorderde compensatie en later vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, stellende dat de vervoerder onvoldoende informatie gaf over de vertraging.
De vervoerder verweerde zich met het argument dat de passagier niet voldeed aan de Duitse Rechtsdienstleistungsgesetz (RDG), omdat de gemachtigde van de passagier geen incassoregistratie had overlegd, een vereiste volgens Duitse wetgeving voor incassodiensten. Hierdoor kon de vervoerder niet inhoudelijk reageren.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder terecht had verzocht om de incassoregistratie en dat het op de passagier lag om hieraan te voldoen voordat een procedure werd gestart. Omdat de passagier dit naliet, kon de vervoerder niet worden verweten niet eerder inhoudelijk te hebben gereageerd. De vordering werd afgewezen en de passagier werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.