De veroordeelde werd veroordeeld voor diefstal in vereniging met braak, eenvoudig witwassen en medeplegen van schuldwitwassen binnen een groep die bankhelpdeskfraude pleegde. Hierbij werden slachtoffers telefonisch misleid om hun bankpas en pincode af te geven, waarna de bankpassen direct werden gebruikt voor transacties.
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk €51.895,95, later bijgesteld naar €12.974,- op basis van een pondspondsgewijze verdeling over vier groepsleden. De verdediging voerde aan dat slechts de Airpods als voordeel gelden en dat bedragen waar de veroordeelde geen betrokkenheid bij had, in mindering moesten worden gebracht.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde voordeel heeft genoten uit de strafbare feiten en volgde grotendeels de ontnemingsrapportage, met aftrek van €8.000,- dat in beslag was genomen. De totale ontneming werd vastgesteld op €10.973,98. De redelijke termijn voor behandeling van de ontnemingszaak is met ongeveer negen maanden overschreden, maar dit leidde niet tot verlaging van het bedrag.
De rechtbank legde de betalingsverplichting op aan de veroordeelde en wees de rest van de vordering af. Tevens werd de maximale gijzelingstermijn vastgesteld op 219 dagen.