De veroordeelde is veroordeeld voor medeplegen van witwassen en diefstal in vereniging, waarbij een groep van maximaal vier personen bankhelpdeskfraude pleegde. Hierbij werden slachtoffers telefonisch bewogen hun bankpas en pincode af te geven, waarna de pas direct werd gebruikt voor transacties.
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk €13.545, later bijgesteld naar €3.386,25, waarbij rekening werd gehouden met de verdeling van opbrengsten over vier groepsleden. De verdediging voerde aan dat in een zaakdossier meer dan vier verdachten betrokken waren en betwistte de hoogte van de vordering voor enkele dossiers.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde voordeel had genoten uit de strafbare feiten in zaakdossiers 3 en 4, maar niet uit zaakdossier 15 omdat de VVV-bonnen niet waren verzilverd. De opbrengst werd pondspondsgewijs verdeeld over vier betrokkenen. De rechtbank wees het verweer van de verdediging af en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €2.562,50. De redelijke termijn voor behandeling van de ontnemingszaak was met ruim vier maanden overschreden, maar dit leidde niet tot vermindering van het bedrag. De rechtbank legde de betalingsverplichting van €2.562,50 op aan de veroordeelde.