ECLI:NL:RBNHO:2024:144
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van overeenkomst van opdracht
Eiseres heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde tot betaling van een factuur van €4.617,13, gebaseerd op een mondelinge overeenkomst van opdracht waarbij eiseres werkzaamheden verrichtte in ruil voor personal training door gedaagde. Gedaagde betwist het bestaan van een overeenkomst en stelt dat de afspraken in de relationele sfeer zijn gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat eiseres haar stelling onvoldoende heeft onderbouwd, mede omdat de overgelegde e-mail achteraf is opgesteld. Het enkele feit dat gedaagde iets terug wilde doen in de vorm van een etentje of training is onvoldoende voor een afdwingbare verbintenis. Het verweer van verrekening behoeft geen behandeling vanwege de afwijzing van de vordering.
Gelet op de affectieve relatie tussen partijen acht de rechtbank het redelijk dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. De vordering wordt afgewezen en partijen blijven ieder verantwoordelijk voor eigen kosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een overeenkomst van opdracht.