Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2024. Van het verhandelde is aantekening gehouden.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
victim blaming, kan hem niet baten. Op grond van artikel 7:213 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) is een huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Dit betekent niet alleen dat hij voor de zaak zelf goed moet zorgen, maar ook dat hij jegens de omgeving een zorgplicht heeft. De huurder gedraagt zich niet als goed huurder als hij anderen die zich in de omgeving van het gehuurde bevinden overlast bezorgt op een wijze die onrechtmatig is volgens artikel 6:162 BW Pro. Dit alles staat ook in de huurvoorwaarden die onderdeel uitmaken van de huurovereenkomst.
victim blamingen de aanslagen niet zullen stoppen wanneer een andere huurder de woning krijgt toegewezen, zoals [gedaagde] stelt, is gelet op het voorgaande ongeloofwaardig. Ook het beroep van [gedaagde] op artikel 3 van Pro het Internationaal Kinderrechtenverdrag (IVRK) faalt, nu onweersproken is komen vast te staan dat zijn minderjarig kind bij zijn moeder woont.
- kosten van de dagvaarding € 289,59
- griffierecht € 130,00
- salaris gemachtigde € 814,00
- nakosten