Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
2.
[gedaagde sub 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De vennootschap onder firma [VOF], actief in de melkveehouderij, stelde Agrovisie B.V. aansprakelijk wegens een vermeende beroepsfout in de bezwaarprocedure tegen geldsommen opgelegd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in het kader van de fosfaatreductieregeling 2017.
De feiten betreffen de overdracht van een melkveebedrijf en bijbehorende GVE-rechten, waarbij een deel van de jongveerunderen tijdelijk op het UBN-nummer van [VOF] werd geregistreerd. Dit leidde tot overschrijding van het toegestane aantal runderen en de oplegging van geldsommen door de RVO. Agrovisie, als vaste bedrijfsadviseur, had namens [VOF] bezwaar gemaakt tegen deze geldsommen.
De rechtbank concludeert dat er wel degelijk een overeenkomst van opdracht bestond tussen [VOF] en Agrovisie. De gestelde verwijten van wanprestatie, waaronder het te laat indienen van bezwaar, het niet indienen van bezwaar tegen bepaalde perioden, het onvoldoende onderbouwen van het bezwaar en het niet instellen van beroep, worden door de rechtbank ongegrond verklaard. De bezwaarprocedure was inhoudelijk voldoende en de RVO handelde conform dwingende regelgeving.
De vorderingen van [VOF] worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank acht geen aansprakelijkheid van Agrovisie of haar bestuurder voor de gestelde schade wegens beroepsfout of onrechtmatige daad bewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [VOF] af wegens het ontbreken van een beroepsfout door Agrovisie en veroordeelt [VOF] in de proceskosten.