ECLI:NL:RBNHO:2024:1693
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op waardepeildatum met vergelijkingsobjecten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, welke door verweerder is vastgesteld op €329.000 voor het kalenderjaar 2022. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een waarde van €318.382, gebaseerd op een indexatie van de eigen verkoopprijs van de woning. Verweerder heeft de waarde gehandhaafd en onderbouwt dit met een matrix van vergelijkingsobjecten die rond de waardepeildatum zijn verkocht.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vergelijkingsobjecten qua type en oppervlakte goed vergelijkbaar zijn met de woning van eiser en dat deze transacties dicht bij de waardepeildatum liggen. De eigen verkooptransactie van de woning vond echter plaats op 26 augustus 2022, ruim na de waardepeildatum van 1 januari 2021, waardoor deze minder relevant is voor de waardebepaling.
Op grond van artikel 17 van Pro de Wet WOZ en de Uitvoeringsregeling is de waarde bepaald op basis van systematische vergelijking met marktgegevens. De rechtbank concludeert dat de vastgestelde waarde niet te hoog is en in verhouding staat tot de verkoopprijzen van de referentieobjecten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank gaat niet in op de proceskostenvergoeding omdat het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde van €329.000 wordt bevestigd.