Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van de procedure
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] ;
- de grootmoeder (mz);
- de bijzondere curator.
Rechtbank Noord-Holland
De moeder verzocht de rechtbank om een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) die begeleide omgang met haar drie kinderen voorschrijft, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen en een omgangsregeling vast te stellen. De schriftelijke aanwijzing vereist begeleide omgang met twee begeleiders vanwege de vrees dat de moeder met de kinderen naar het buitenland zou vertrekken. De kinderen verblijven bij hun grootmoeder op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing.
De GI heeft meerdere begeleide omgangsmomenten georganiseerd, maar de omgang stokte doordat de eerder ingeschakelde zorgaanbieder niet twee begeleiders kon leveren. De GI schakelde een andere zorgaanbieder in en bood alternatieven aan, maar de moeder ging hier niet op in. De kinderen gaven aan bang te zijn dat de moeder hen opnieuw zou meenemen naar het buitenland en willen de omgang onder begeleiding voortzetten.
De rechtbank oordeelt dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig en gemotiveerd is genomen, dat de veiligheid en het belang van de kinderen voorop staan, en dat de aanwezigheid van twee begeleiders noodzakelijk is. Het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de aanwijzing en tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen omdat de omgang nog moet worden opgebouwd en geëvalueerd. De moeder kan tegen deze beschikking hoger beroep instellen.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing en tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen.