ECLI:NL:RBNHO:2024:1999
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen gesprek
Verzoeker ontving een bijstandsuitkering en werkte daarnaast enkele uren per maand. Na een rechtmatigheidsonderzoek constateerde verweerder onregelmatigheden in de opgegeven werktijden en parkeerkosten. Verzoeker werd uitgenodigd voor een gesprek, maar meldde zich wegens ziekte af. Verweerder schortte de uitkering op en nodigde verzoeker uit voor een nieuwe afspraak, waarop verzoeker niet verscheen. Vervolgens trok verweerder de uitkering in op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet.
Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, omdat verzoeker financieel afhankelijk is van de uitkering en een huurachterstand had. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat het besluit tot uitnodiging voor het tweede gesprek correct was ontvangen door verzoeker.
Daarmee kon niet worden vastgesteld dat verzoeker in verzuim was. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot schorsing toe en bepaalde dat de intrekking van de uitkering wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.