Uitspraak
4.1 Tariefstoepassing
2.Verbandmiddelen
en
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een groothandel in orthopedische artikelen, verkocht compressiekousen met drukklasse CCL2 en voerde aan dat deze onder het verlaagde btw-tarief van 9% vielen als verbandmiddelen. Verweerder stelde dat deze kousen als kant-en-klare kledingstukken moesten worden beschouwd en daarom het algemene btw-tarief van 21% van toepassing was.
Na een boekenonderzoek en diverse naheffingsaanslagen stelde eiseres bezwaar in tegen de aanslagen en boetes. De rechtbank onderzocht of de compressiekousen als verbandmiddelen konden worden aangemerkt volgens Tabel I post a.8 van de Wet OB en de toelichting van het Besluit van de staatssecretaris van Financiën.
De rechtbank concludeerde dat compressiekousen niet onder het normale spraakgebruik van verbandmiddelen vallen, zoals watten of pleisters, en dat de CCL2-kousen bovendien niet op de lijst van Bernink staan. Ook achtte de rechtbank het criterium van kant-en-klare kledingstukken voldoende objectief en oordeelde dat de kousen als zodanig moeten worden gezien. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Daarnaast kende de rechtbank een vergoeding toe voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en bepaalde een proceskostenvergoeding en griffierechtverdeling tussen verweerder en de Staat. De uitspraak werd gedaan op 1 februari 2024 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Holland.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt toepassing van het algemene btw-tarief op compressiekousen drukklasse CCL2.