Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
De feiten
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele zaak heeft een transportbedrijf (eiser in verzet) verzet aangetekend tegen een verstekvonnis dat hem veroordeelde tot betaling van onbetaalde facturen aan een zzp-chauffeur (gedaagde in verzet). Het transportbedrijf stelde dat de chauffeur schade had veroorzaakt aan vrachtwagens, waardoor verrekening van de facturen met de schade mogelijk zou zijn. Daarnaast werd betwist dat de incassokosten correct waren vastgesteld.
De kantonrechter oordeelt dat het transportbedrijf onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de door haar gestelde schade aan de vrachtwagen en oplegger. De overgelegde Whatsapp-berichten en verklaringen konden geen rechtstreeks verband aantonen tussen de chauffeur en de vermeende schade. Ook werd erkend dat een deel van de schadeaanspraken niet op de chauffeur terug te voeren was.
De vordering van de chauffeur tot betaling van de facturen blijft daarom grotendeels in stand, maar de kantonrechter matigt de buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke tarief omdat onvoldoende is aangetoond dat hogere kosten redelijk waren. Het verzet wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering verminderd toegewezen. Het transportbedrijf wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de vordering verminderd toegewezen met matiging van incassokosten.