Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
i
n reconventie
in conventie en in reconventie
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres vordert een verklaring voor recht dat de kadastrale grens geldt als erfgrens tussen haar perceel en dat van gedaagden, en dat de betwiste stroken grond haar eigendom zijn. Gedaagden stellen door verjaring eigenaar te zijn van twee stroken grond en betwisten het eigendom van eiseres.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond dat zij eigenaar is van het perceel, mede vanwege onduidelijkheid over de erfenis en het ontbreken van een notariële verklaring van erfrecht. Hierdoor worden haar vorderingen afgewezen. De reconventionele vorderingen van gedaagden worden eveneens afgewezen omdat zij tegen de eigenaar van het perceel moeten worden ingesteld.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het beroep van gedaagden op bevrijdende verjaring voor de strook aan de voorzijde niet slaagt, omdat er geen ondubbelzinnig openbaar bezit is aangetoond. Voor de strook aan de achterzijde is het beroep op verjaring mogelijk kansrijk, maar de exacte ligging van de erfgrens is onduidelijk en moet nader worden onderzocht.
De rechtbank compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en op 13 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres en gedaagden af en compenseert de proceskosten.