De minderjarige is uit huis geplaatst nadat hij met ernstig letsel door de ouders naar het ziekenhuis is gebracht, waarbij het letsel waarschijnlijk toegebracht is. De rechtbank maakt zich grote zorgen over de veiligheid van de minderjarige in de thuissituatie, mede vanwege de matige verstandelijke beperking van de moeder en het ontbreken van erkenning daarvan door de vader en het netwerk.
De ouders hebben deelgenomen aan een intensief traject ouderschapsbeoordeling en gezinsdiagnostiek bij GGZ Drenthe, maar de eerste fase hiervan is als onvoldoende beoordeeld. De gecertificeerde instelling (GI) heeft daarom geconcludeerd dat het perspectief van de minderjarige niet langer bij de ouders ligt en verzoekt verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
De ouders zijn het niet eens met het besluit en willen terugplaatsing, maar de rechtbank acht de verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De omgang met de ouders verloopt moeizaam en lijkt spanningsvol voor het kind. De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 23 januari 2025 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.