De rechtbank Noord-Holland behandelde op 22 februari 2024 een zaak over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen die te maken hebben gehad met huiselijk geweld in hun thuissituatie. De kinderen wonen in een pleeggezin en zijn ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. De moeder heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar deze niet volgehouden, waardoor de omgang met de kinderen is verminderd.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder is bereid tot deelname aan een gezinsopname, wat door de GI wordt ondersteund. De vader is sinds maart 2023 uit beeld en heeft geen contact met de kinderen. De rechtbank oordeelde dat de kinderen gebaat zijn bij een voorspelbare opvoedomgeving die de ouders momenteel niet kunnen bieden.
De rechtbank verlengde de ondertoezichtstelling met een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing met zes maanden, waarbij het meer verzochte werd aangehouden voor een tussentijdse evaluatie. De rechtbank benadrukte het belang van een zorgvuldige voortzetting van de hulpverlening en de mogelijkheid van een gezinsopname als laatste kans voor terugkeer naar de ouders.