De kantonrechter heeft op 21 maart 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker om opheffing van het bewind vroeg dat sinds 2018 over haar goederen was ingesteld vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand.
Verzoeker stelde dat de gronden voor het bewind niet langer aanwezig zijn, onder meer omdat haar schulden zijn opgelost en zij haar financiën zelf kan regelen. De bewindvoerders, Amana Dienstverlening, maakten bezwaar en stelden dat verzoeker financieel inzicht mist, impulsief handelt en beïnvloedbaar is, wat blijkt uit voorbeelden zoals hoge telefoonrekeningen en ongeoorloofde uitgaven.
De kantonrechter oordeelde dat ondanks de motivatie van verzoeker en haar ondersteuning door Simetri, er onvoldoende bewijs is dat zij haar financiën verantwoord kan beheren. De voorbeelden van financieel wanbeheer en het ontbreken van een succesvol zelfredzaamheidstraject maken dat het bewind noodzakelijk blijft.
Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt daarom afgewezen. Verzoeker kan opnieuw een verzoek indienen na het succesvol doorlopen van een zelfredzaamheidstraject.