Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:297

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
15 januari 2024
Zaaknummer
346385 KG ZA 23-637
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing kort geding wegens ontbreken spoedeisend belang bij non-conformiteit voertuigen

Onere B.V. vordert in kort geding dat Gomes Noord-Holland B.V. wordt veroordeeld tot herstel van vier Mercedes-Benz bestelbussen wegens non-conformiteit. Onere stelt dat twee voertuigen niet bruikbaar zijn en dat Gomes op grond van artikel 7:17 BW Pro tot herstel of vervanging moet overgaan.

De voorzieningenrechter beoordeelt eerst het spoedeisend belang en concludeert dat dit ontbreekt, omdat Onere lange tijd heeft gewacht met het starten van de procedure en vervangend vervoer heeft geregeld. Daarnaast zijn de conclusies van de twee expertiserapporten, één van ZNEB en één van CED Nederland, niet eensluidend, waardoor nader onderzoek noodzakelijk is.

Een kort geding leent zich niet voor uitgebreide bewijslevering, zodat de vordering niet kan worden toegewezen. Onere wordt veroordeeld in de proceskosten van Gomes. Het vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op 12 januari 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De vordering tot herstel van de voertuigen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en tegenstrijdige expertiserapporten.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/346385 / KG ZA 23-637
Vonnis in kort geding van 12 januari 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ONERE B.V.,
gevestigd te Haarlem,
eisende partij,
hierna te noemen: Onere,
advocaat: mr. K. Tülü te Haarlem,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GOMES NOORD-HOLLAND B.V.,
gevestigd te Alkmaar,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Gomes,
advocaat: mr. R.L.M. Cox.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 december 2023 met producties 1 tot en met 18;
- de brief van 7 december 2023 van Gomes met producties 1 tot en met 10;
- de brief van 8 december 2023 van Onere met producties 19 tot en met 21;
- de mondelinge behandeling van 11 december 2023, waarbij zijn verschenen de heren [betrokkene 1] (directeur) en [betrokkene 2] (directeur) namens Onere bijgestaan door mr. Tülü voornoemd en de heren [betrokkene 3] (directeur) [betrokkene 4] (manager schadebedrijf Gomes Schadecentrum B.V.) namens Gomes bijgestaan door mr. Cox voornoemd;
- de pleitnota van Onere;
- de pleitnota van Gomes.
1.2.
Na afloop van de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden tot 22 december 2023, zodat partijen de gelegenheid hadden de zaak alsnog via een minnelijke schikking op te lossen. Dat is kennelijk niet gelukt. De datum van het vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2.De uitgangspunten

2.1.
Onere exploiteert een transport- en koeriersonderneming.
2.2.
Gomes is een auto- en bedrijfswagen dealer.
2.3.
Onere heeft in 2018 vier nieuwe Mercedes-Benz bestelbussen (hierna: de voertuigen) van het type Sprinter gekocht en geleverd gekregen van Gomes. De koopprijs was € 37.510,- per voertuig.
2.4.
Bij brief van 28 maart 2019 heeft Onere aan Gomes meegedeeld dat de portieren van de vier voertuigen na aflevering niet of althans zeer moeilijk open en dicht gaan. In de brief heeft Onere Gomes verzocht om kosteloos en deugdelijk herstel of vervanging van de voertuigen.
2.5.
Bij brief van 10 mei 2019 heeft Gomes aan Onere meegedeeld dat er geen sprake is van non-conformiteit, waardoor Gomes niet over zal gaan tot herstel of vervanging van de voertuigen.
2.6.
Onere heeft ZNEB Expertise en Taxatie B.V. (hierna: ZNEB) ingeschakeld om de voertuigen te onderzoeken. ZNEB heeft op 8 juli 2019 een expertiserapport uitgebracht.
2.7.
Op 28 juni 2021 heeft een expert van CED Nederland B.V., in opdracht van Gomes, de voertuigen onderzocht en op 2 augustus 2021 een expertiserapport uitgebracht.

3.Het geschil

3.1.
Onere vordert – samengevat – Gomes te veroordelen tot herstel van de vier voertuigen binnen zeven dagen na het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, alsmede Gomes te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Onere legt aan de vordering ten grondslag dat Gomes non-conforme voertuigen heeft geleverd. Onere kan geen gebruik maken van twee voertuigen waardoor haar bedrijfsvoering schade oploopt. Gomes dient te zorgen voor deugdelijk herstel of vervanging van de voertuigen op grond van artikel 7:17 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
3.3.
Gomes voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De rechter moet daarom eerst beoordelen of Onere ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft.
4.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat Onere onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op dit moment sprake is van een zodanig spoedeisend belang tot het treffen van de gevorderde voorziening dat de beslissing in een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Daartoe is het volgende redengevend.
4.3.
De vordering ziet op herstel van een viertal voertuigen. Uit hetgeen Onere naar voren heeft gebracht in de stukken is gebleken dat twee voertuigen sinds mei 2021 respectievelijk februari 2023 niet meer kunnen worden gebruikt. Onere heeft tweeënhalf jaar respectievelijk negen maanden gewacht met het starten van een kort geding procedure. Zij heeft bovendien vervangend vervoer geregeld. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat niet gesproken kan worden van spoedeisendheid bij onderhavige vordering.
4.4.
Ter zijde wordt nog opgemerkt dat toewijzing van een vordering in kort geding alleen dan mogelijk is als aannemelijk is dat eenzelfde vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Het gaat om een voorlopige beoordeling, waarbij vanwege de aard van de procedure nadere bewijslevering, anders dan in een bodemprocedure, niet tot de mogelijkheden behoort.
4.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet vastgesteld kan worden of er sprake is van non-conformiteit ten aanzien van de geleverde voertuigen. De conclusies van de twee expertiserapporten van ZNEB en CED zijn niet gelijkluidend. Hiervoor is nader onderzoek en nadere bewijslevering noodzakelijk. Daartoe leent deze procedure zich niet.
4.6.
Onere is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de kant van Gomes als volgt vastgesteld:
- griffierecht
676,00
- salaris advocaat
697,00
Totaal
1.373,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Onere af,
5.2.
veroordeelt Onere in de proceskosten, aan de kant van Gomes tot dit vonnis vastgesteld op € 1.373,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2024.