ECLI:NL:RBNHO:2024:2987
Rechtbank Noord-Holland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onrechtmatig handelen non-wervingsbeding niet vastgesteld
SMF vordert dat de rechtbank verklaart dat PSCA onrechtmatig handelt door het non-wervingsbeding in haar algemene voorwaarden in te roepen tegen oud-klanten die werkzaamheden laten verrichten door SMF, en dat PSCA aansprakelijk is voor de schade die SMF hierdoor lijdt. SMF stelt dat PSCA hiermee haar marktpositie onaanvaardbaar beperkt.
PSCA voert verweer dat het non-wervingsbeding terecht wordt ingeroepen omdat [betrokkene], die feitelijk de werkzaamheden verricht, eerder voor PSCA of haar rechtsvoorganger heeft gewerkt. De rechtbank stelt vast dat SMF en [betrokkene] feitelijk als één entiteit kunnen worden beschouwd en dat het beding op SMF van toepassing is voor de control werkzaamheden die [betrokkene] uitvoert.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het non-wervingsbeding niet onrechtmatig is jegens SMF, mede omdat PSCA een gerechtvaardigd belang heeft bij bescherming van haar bedrijfsdebiet, waaronder know-how en klantenbestand. Ook is er voldoende werkveld over voor SMF. Het beroep op vernietigbaarheid van het beding door SMF wordt verworpen omdat SMF geen partij is bij de overeenkomsten tussen PSCA en haar (oud)klanten.
De vorderingen van SMF worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van SMF worden afgewezen en SMF wordt veroordeeld in de proceskosten.