ECLI:NL:RBNHO:2024:3274
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens gerechtvaardigd beroep op noodweer bij poging zware mishandeling
Op 20 juli 2021 werd verdachte beschuldigd van poging tot doodslag en subsidiar zwaar lichamelijk letsel door steken met een mes in het lichaam van het slachtoffer. De rechtbank stelde vast dat het primaire ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, maar dat het subsidiaire feit van poging tot zware mishandeling wel bewezen was.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en stelde een beroep op noodweer(exces) in. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding waarbij de proportionaliteit en subsidiariteit van de verdediging waren gewaarborgd. Getuigenverklaringen ondersteunden dat verdachte werd aangevallen en dat hij het mesje gebruikte om zich te verdedigen.
Daarom werd het subsidiaire feit niet strafbaar geacht en werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primaire feit, verklaarde het subsidiaire feit bewezen maar niet strafbaar, en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland op 22 maart 2024.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens geslaagd beroep op noodweer bij poging tot zware mishandeling.