Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Schrama B.V.
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAV B.V.
[gedaagde]
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert verhuurder Schrama B.V. de beëindiging van de huurovereenkomst met TAV c.s. op grond van dringend eigen gebruik. Na een tussenvonnis waarin de formele geldigheid van de opzegging werd bevestigd, heeft Schrama voldoende aannemelijk gemaakt dat zij het gehuurde persoonlijk en duurzaam wil gebruiken voor exploitatie van een restaurant. De kantonrechter oordeelt dat de plannen van Schrama concreet, uitvoerbaar en bedrijfseconomisch onderbouwd zijn, ondanks betwisting door TAV c.s.
TAV c.s. betwist de urgentie en stelt dat er alternatieve bedrijfsruimten beschikbaar zijn, wat de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd acht. Daarom wordt het einde van de huurovereenkomst vastgesteld per 1 april 2025. Daarnaast vordert TAV c.s. een tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten, waarvan de kantonrechter een voorwaardelijke vergoeding van €5.000 toewijst, gekoppeld aan het vinden van een nieuwe horecalocatie binnen een jaar.
In de tegenvordering eist TAV c.s. huurkorting over de coronaperiode. De kantonrechter oordeelt dat er bindende afspraken zijn gemaakt over huurkorting tot 20 november 2021 en wijst de primaire tegenvordering af. Voor de periode van de derde lockdown vanaf 12 november 2021 wordt de subsidiaire huurkorting van €5.633,52 toegewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten, met een uitvoerbare proceskostenveroordeling bij intrekking van de vordering tot huurbeëindiging.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt beëindigd per 1 april 2025 wegens dringend eigen gebruik en verhuurder betaalt huurkorting over de derde lockdownperiode.