De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, die sinds april 2023 bij zijn grootmoeder verblijft. De moeder oefent het gezag uit, maar de relatie tussen haar en de minderjarige is ernstig verstoord, met conflicten en beschuldigingen van mishandeling door de minderjarige, die de moeder ontkent.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de minderjarige aan het eens te zijn met het verzoek en wenst hij bij zijn grootmoeder te blijven wonen. De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling maar niet met de uithuisplaatsing bij de grootmoeder. De gecertificeerde instelling benadrukte het belang van een plek voor begeleid wonen na de meerderjarigheid van de minderjarige.
De kinderrechter constateerde ernstige ontwikkelingsbedreigingen, waaronder problemen met emotieregulatie, schooluitval en sociale contacten, en oordeelde dat de moeder niet in staat is het gezag effectief uit te oefenen. Daarom werd de ondertoezichtstelling tot de meerderjarigheid toegekend en de machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootmoeder verleend, met het oog op continuïteit en het belang van de minderjarige.
Er is nadrukkelijk aandacht voor het uitvoeren van persoonlijkheids- en intelligentieonderzoeken en het voortzetten van therapeutische begeleiding. Ook wordt ingezet op het herstellen van de ouderrelatie en het begeleiden van de minderjarige in sociale en educatieve ontwikkeling.