Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
.
4.De standpunten
5.De beoordeling
Ten aanzien van de relatieve bevoegdheid
6.De beslissing
,en op schrift gesteld op 22 februari 2024.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van de GI tot vaststelling van een zorgregeling voor drie minderjarige kinderen die feitelijk bij hun vader verblijven onder een machtiging uithuisplaatsing. De moeder woont elders en heeft het ouderlijk gezag samen met de vader. De GI verzoekt ook subsidiair om verlenging van de machtiging uithuisplaatsing tot het einde van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter beoordeelt de relatieve bevoegdheid en constateert dat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is, aangezien de kinderen feitelijk bij de vader verblijven die gezag uitoefent. De zorgregeling wordt vastgesteld conform het verzoek van de GI met enkele aanpassingen, waaronder omgangsregels rondom islamitische feestdagen en sportactiviteiten van de kinderen.
De omgangsregeling voorziet in regelmatige contactmomenten bij de moeder, waarbij zij de kinderen haalt en brengt. De vader stemt hiermee in, de moeder is akkoord maar wijst op haar fysieke beperkingen om de kinderen te vervoeren. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.
Uitkomst: De kinderrechter stelt een zorgregeling vast en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.