De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een kwetsbare minderjarige met een matige verstandelijke beperking. De minderjarige verblijft sinds oktober 2023 in een gesloten accommodatie, maar toont een prille positieve ontwikkeling en gaat regelmatig op verlof naar huis, wat goed verloopt.
De kinderrechter heeft de standpunten van alle betrokkenen gewogen, waaronder de minderjarige zelf, zijn ouders, stiefvader, de gedragswetenschapper en de GI. De moeder en stiefvader zijn van mening dat de minderjarige klaar is om thuis te wonen met ambulante begeleiding, terwijl de GI en gedragswetenschapper pleiten voor voortzetting van de gesloten jeugdhulp totdat een passende vervolgplek is gevonden.
De rechtbank oordeelt dat de ondertoezichtstelling verlengd moet worden vanwege de blijvende ontwikkelingsbedreigingen en het belang van hulporganisatie en monitoring. Echter, de machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt afgewezen omdat de situatie van de minderjarige niet langer een verblijf in een gesloten accommodatie rechtvaardigt. De minderjarige is gemotiveerd voor thuisplaatsing en er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden uitgesloten. De rechter biedt de minderjarige de kans om de positieve lijn buiten gesloten setting voort te zetten.