ECLI:NL:RBNHO:2024:3707

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 april 2024
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
10647432 MB VERZ 23-460
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:461 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag van mentor wegens onvoldoende gewichtige redenen

Bij beschikking van 12 februari 2020 is mentorschap ingesteld ten behoeve van verzoeker. De mentor werd benoemd bij beschikking van 9 december 2021. Verzoeker verzoekt ontslag van de huidige mentor en benoeming van een opvolgend mentor, omdat zij vindt dat de mentor haar niet betrekt bij keuzes en afspraken en slecht bereikbaar is. Verzoeker ervaart stress en paniek in aanloop naar gesprekken en ervaart geen klik met de mentor.

De mentor stelt dat verzoeker niet goed samenwerkt en gesprekken vermijdt. De mentor benadrukt dat structuur in het leven van verzoeker noodzakelijk is en dat zij vanuit haar rol soms sturend moet optreden. De bewindvoerder bevestigt dat de mentor betrokken is en dat benoeming van een andere mentor niet wenselijk is omdat structuur dan ontbreekt.

De kantonrechter beoordeelt dat onvoldoende gewichtige redenen zijn aangevoerd voor ontslag van de mentor. Het sturende optreden van de mentor past binnen haar taak en wordt door de bewindvoerder bevestigd. De mentor behartigt de belangen van verzoeker naar behoren. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontslag af en ziet geen aanleiding tot benoeming van een opvolgend mentor.

Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de mentor wordt afgewezen wegens het ontbreken van gewichtige redenen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 10647432 MB VERZ 23-460 sc
Uitspraakdatum:

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker],
geboren te [plaats 1] op [geboortedatum],
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
van wie de mentor is:
[betrokkene] h.o.d.n. [bedrijf],
gevestigd te [plaats 2],
hierna ook te noemen: mentor.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 27 juli 2023;
  • het verweer van de mentor, ter griffie ingekomen op 22 augustus 2023;
  • de reactie op het verweer, ter griffie ingekomen op 9 oktober 2023;
  • het gespreksverslag van de mentor, ter griffie ingekomen op 9 oktober 2023;
  • een bereidverklaring van de voorgestelde mentor, ter griffie ingekomen op
  • het verweer van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 8 november 2023;
  • de mail van verzoeker van 17 november 2023.
Op 10 april 2024 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.

beoordeling

Bij beschikking van 12 februari 2020 is mentorschap ingesteld ten behoeve van verzoeker. Bij beschikking van 9 december 2021 is [betrokkene] benoemd tot mentor.
Het verzoek strekt tot ontslag van de huidige mentor en tot benoeming van een opvolgend mentor. Verzoeker stelt dat zij geen vertrouwen meer heeft in haar mentor, omdat haar mentor haar niet betrekt bij de keuzes en afspraken die zij maakt, maar alleen handelt vanuit haar eigen denkwijze. Verzoeker is het soms niet eens met haar mentor en durft dan niet tegen haar in te gaan. Verzoeker zegt gesprekken vaak af omdat zij stress en paniek ervaart in aanloop naar deze gesprekken. Zij stelt voorts dat het niet klikt met haar mentor waardoor er geen samenwerking kan zijn en dat haar mentor slecht bereikbaar is per telefoon en per mail.
De mentor staat niet achter het verzoek. Zij voert aan dat verzoeker niet goed samenwerkt en er alles aan doet om gesprekken niet plaats te laten vinden. De mentor voert ook aan dat er structuur moet komen in het leven van de verzoeker, omdat de verzoeker daarop beter gedijt.
De bewindvoerder voert aan dat zij aanwezig is bij de gesprekken die eens per twee maanden plaatsvinden met de verzoeker, de mentor en de persoonlijk begeleider van de verzoeker. Zij geeft aan dat er ook regelmatig overleggen zijn die juist heel goed verlopen. Verzoeker erkent dat. De bewindvoerder vindt benoeming van een andere mentor niet nodig en vindt dat de intenties van de mentor goed zijn: de mentor wil structuur en regelmaat aanbrengen in het leven van de verzoeker, echter de verzoeker wil zich hier niet aan conformeren. De mentor is zeer betrokken en probeert een begeleidings- en behandelplan op te starten. Een andere mentor is geen goede oplossing volgens de bewindvoerder, want als mensen te meegaand zijn met de verzoeker, komt de benodigde structuur er zeker niet.
Op grond van artikel 1:461 lid 1 aanhef Pro en onder e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt door de kantonrechter op grond van gewichtige redenen ontslag verleend aan de mentor.
De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en de afgelegde verklaringen, van oordeel dat onvoldoende is gebleken dat er sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in dit artikel.
De kantonrechter is van oordeel dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de mentor de belangen van betrokkene niet goed behartigt. Het feit dat de mentor vanuit haar rol soms sturend moet optreden betekent niet dat zij haar taak niet goed uitvoert. Integendeel, de bewindvoerder bevestigt dit ook vanuit haar ervaring. De mentor probeert structuur aan te brengen in het leven van verzoeker en dat zal verzoeker niet altijd als prettig ervaren, maar dat is geen reden voor ontslag van de mentor. Dit is immers juist één van de taken van de mentor. De verzoeker vindt voorts dat zij recht heeft betrokken te worden in alle beslissingen die de mentor neemt met betrekking tot de verzoeker. Dit is echter niet juist. De mentor mag waar nodig de regie nemen.
De kantonrechter ziet op grond van de stukken en de afgelegde verklaringen geen aanleiding om [betrokkene] te ontslaan en een opvolgend mentor te benoemen. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter