Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:3767

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 april 2024
Publicatiedatum
16 april 2024
Zaaknummer
10703500 BM VERZ 23-2323
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek opheffing bewind en benoeming zoon als bewindvoerder

Bij beschikking van 17 november 2015 is een bewind ingesteld over de goederen van betrokkene wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Verzoeker vroeg opheffing van het bewind omdat hij zichzelf in staat acht zelfstandig zijn financiën te beheren. Het bewind was destijds ingesteld na een internetoplichting.

De drie zonen van betrokkene steunden het verzoek onder de voorwaarde dat zij toegang krijgen tot de bankrekeningen en permanente machtiging om de financiële belangen te behartigen. Zij wezen op de veranderde financiële administratie en de blijvende goedgelovigheid van hun vader. De huidige bewindvoerder, Argalo B.V., maakte bezwaar en stelde dat betrokkene nog steeds niet in staat is zijn financiën te beheren, mede door het risico op nieuwe financiële misstanden.

De kantonrechter oordeelde dat opheffing van het bewind nog niet aan de orde is vanwege de kwetsbaarheid en goedgelovigheid van betrokkene. Wel werd de professionele bewindvoerder ontslagen en de oudste zoon van betrokkene benoemd als nieuwe bewindvoerder, omdat betrokkene vertrouwen in hem heeft en hij actief toezicht kan houden op de financiën. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de beloning van de ontslagen bewindvoerder werd vastgesteld op €233,00 exclusief btw.

Uitkomst: Verzoek tot opheffing bewind afgewezen; professionele bewindvoerder ontslagen en oudste zoon benoemd tot bewindvoerder.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 10703500 BM VERZ 23-2323 jb
Uitspraakdatum: 11 april 2024

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] 1932,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. M.A. Kanning, advocaat te Haarlem,
van wie thans bewindvoerder is:
Argalo B.V.,
gevestigd te Hillegom,
hierna ook te noemen: Argalo.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlage, ter griffie ingekomen op 7 september 2023;
  • de reactie van de drie zonen van betrokkene, ingekomen op 5 oktober 2023;
  • het verweer van de bewindvoerder, ingekomen op 5 oktober 2023;
  • de reactie van betrokkene, ingekomen op 17 oktober 2023;
  • de reactie van de bewindvoerder, ingekomen op 21 november 2023;
  • de brief met bijlagen van de gemachtigde, ingekomen op 9 februari 2024.
Een mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 12 februari 2024.

beoordeling

Bij beschikking van 17 november 2015 is een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van betrokkene wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand.
Het verzoek strekt tot opheffing van het bewind. Verzoeker acht zichzelf in staat om zelfstandig zijn financiën te beheren. Het bewind is destijds ingesteld omdat verzoeker via internet financieel werd opgelicht. Sinds de instelling van het bewind is dat echter niet meer gebeurd.
Daarbij komt dat verzoeker het bewind als een gevangenschap ervaart en de bewindvoerder zonder overleg zijn stortingen naar goede doelen heeft gestopt en zijn extra maandelijkse toelage heeft beperkt.
De drie zonen van verzoeker hebben begrip voor het verzoek van hun vader. Zij staan ook achter het verzoek tot opheffing onder de voorwaarde dat zij toegang krijgen tot de bankrekeningen van verzoeker en permanente machtiging krijgen om zijn financiële belangen te behartigen.
Als redenen daarvoor geven zij aan dat de financiële administratie en banksystemen afgelopen jaren ingrijpend zijn veranderd, goedgelovigheid van verzoeker nog altijd op de loer ligt en dat de ervaring en routine om bankzaken te regelen, is verwaterd bij verzoeker. In nauw overleg met elkaar willen zij verzoeker stapsgewijs begeleiden naar financiële zelfredzaamheid als het bewind is opgeheven.
Daarnaast zijn de zonen ook niet tevreden over Argalo, nu zij niet heeft voorkomen dat hun vader aanzienlijke bedragen voor dubieuze transacties heeft opgenomen terwijl zij Argalo hebben gewaarschuwd voor het gedrag van hun vader.
Argalo heeft bezwaar gemaakt tegen opheffing van het bewind. Zij acht verzoeker niet in staat zelf zijn financiën te beheren. Verzoeker is heel gevoelig voor aanbiedingen en goede doelen. Ook is hij een uiterst vriendelijk en behulpzaam persoon. Zo heeft hij een buurman die financiële problemen had en hem om geld vroeg, in totaal €4.450,= (volgens verzoeker) uitgeleend zonder overleg met zijn bewindvoerder. De buurman blijkt dit echter niet terug te kunnen betalen. Het lijkt erop dat verzoeker weer is opgelicht.
Gelet op het gedrag van verzoeker is voortzetting van het bewind dan ook noodzakelijk meent Argalo. Argalo is eventueel wel bereid om het bewind over te dragen aan een andere professionele bewindvoerder. Argalo vindt het niet raadzaam om een familiaire bewindvoerder te benoemen vanwege problemen tussen de kinderen van verzoeker en de kinderen van de overleden echtgenote van verzoeker. Die problemen hebben betrekking op de nalatenschap van de overleden echtgenote.
De kantonrechter is van oordeel dat het opheffing van het bewind (nog) niet aan de orde is, gelet op de redenen die de zonen van verzoeker al aangaven en dan met name de goedgelovigheid van verzoeker, waardoor al meerdere malen financieel misbruik van hem gemaakt is.
Dat er onder het toeziend oog van de bewindvoerder duizenden euro’s zijn uitgegeven, is in dit geval niet zonder meer een gewichtige reden om de bewindvoerder te ontslaan. Daartoe is redengevend dat Argalo, omdat de financiële situatie dat toeliet het leefgeld van verzoeker met € 500,-- per maand had verhoogd, welk geld verzoeker niet aan kleding en uitjes – wat de bedoeling was – had uitgegeven, maar telkens in kleine bedragen heeft uitgeleend. Dit heeft gemaakt dat Argalo niet heeft kunnen zien dat er (nog steeds) misbruik werd gemaakt van verzoeker.
Verzoeker en zijn zonen hebben de kantonrechter er van overtuigd dat het bewind bij de huidige bewindvoerder verzoeker enorm veel stress oplevert en dat hij dat echt als een gevangenschap ervaart. Argalo heeft verklaard bereid te zijn het bewind over te dragen aan een andere bewindvoerder.
Verzoeker heeft tijdens de zitting aangegeven veel vertrouwen te hebben in zijn oudste zoon en hem wel als bewindvoerder te accepteren. Deze zoon heeft zich daartoe ook bereid verklaard. Bovendien heeft hij verklaard dat hij op zijn mobiele telefoon de bankrekening van zijn vader kan bekijken , zo kan hij het pingedrag van zijn vader goed in de gaten houden. Daarnaast heeft hij veel contact met zijn vader. Anders dan Argalo heeft betoogd, zal de kantonrechter gelet op het voorgaande de oudste zoon van verzoeker – en niet een professionele bewindvoerder – tot bewindvoerder benoemen. Dat er een geschil is tussen de kinderen – waaronder de oudste zoon – van verzoeker en de kinderen van de overleden echtgenote van verzoeker omtrent de nalatenschap van de overleden echtgenote, maakt de oudste zoon van verzoeker niet zonder meer ongeschikt om als bewindvoerder te fungeren.
De beslissing luidt dan ook als volgt.

beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek opheffing van het bewind af;
  • ontslaat, met ingang van twee weken na heden, als bewindvoerder: Argalo B.V.;
  • benoemt, met ingang van twee weken na heden, tot bewindvoerder: [oudste zoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, van wie het adres bekend is bij deze rechtbank;
  • verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
  • stelt de beloning van de ontslagen bewindvoerder voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording vast op een bedrag van € 233,00 (exclusief btw).
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter