ECLI:NL:RBNHO:2024:3819
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingstermijnen en meerwerk bij aannemingsovereenkomst tussen onderaannemer en aannemer
Haastere B.V., een onderaannemer gespecialiseerd in sloop- en grondwerken, vordert betaling van de laatste termijnfactuur en diverse meerwerkposten van Vesting Bouw B.V., de aannemer. De partijen sloten aannemingsovereenkomsten voor projecten in Zaandam en Heemstede. Na diverse geschillen over de omvang van het werk en kosten, vordert Haastere in totaal € 79.812,85, terwijl Vesting Bouw een tegenvordering van € 2.930,25 instelt.
De rechtbank beoordeelt per post de vorderingen en tegenvorderingen. Zo wijst zij onder meer de helft van de laatste termijnfactuur toe na verrekening van minderwerk, erkent zij bemaling en bedrijfsplaten als meerwerk, wijst zij de vordering voor vervuilde grond af omdat de extra kosten reeds zijn vergoed, en wijst zij diverse andere posten deels toe of af. Voor het project Heemstede wijst de rechtbank de vordering af wegens onvoldoende bewijs van verrichte werkzaamheden.
Uiteindelijk veroordeelt de rechtbank Vesting Bouw tot betaling van € 22.394,52 plus handelsrente, € 2.880,- plus wettelijke rente, en € 1.027,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de proceskosten van € 5.320,04. De tegenvorderingen van Vesting Bouw worden afgewezen. Het vonnis is gewezen door rechter S.M. Auwerda en op 17 april 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Vesting Bouw tot betaling van € 22.394,52 plus rente, € 2.880,- plus rente, incassokosten en proceskosten, en wijst de tegenvorderingen af.