ECLI:NL:RBNHO:2024:3992
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige uitbouw deels op perceel van buurman vereist verwijdering
Deze zaak betreft een geschil tussen buren over een uitbouw die gedaagde aan zijn woning heeft laten plaatsen, waarvan een deel elf centimeter over de perceelgrens van eiser is gebouwd. Hoewel partijen een overeenkomst sloten over het plaatsen van een muur op de erfgrens, is niet gebleken dat eiser toestemming heeft gegeven voor de overschrijding van de perceelgrens.
De rechtbank concludeert dat de uitbouw onrechtmatig op het perceel van eiser is gebouwd en wijst de vordering van eiser toe om de uitbouw te verwijderen. Gedaagde heeft aangevoerd dat hij en eiser mondeling overeenstemming hadden, maar dit is onvoldoende onderbouwd en niet schriftelijk vastgelegd. Bovendien heeft eiser tijdens de heiwerkzaamheden geklaagd over de overbouw.
Gedaagde heeft ook een beroep gedaan op artikel 5:54 BW Pro om een erfdienstbaarheid te verkrijgen, maar de rechtbank oordeelt dat de verwijdering niet onevenredig bezwarend is. Het beroep op misbruik van recht door gedaagde wordt verworpen. De rechtbank legt een termijn van drie maanden voor verwijdering op en stelt een dwangsom in van €500 per dag met een maximum van €30.000. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde moet binnen drie maanden de uitbouw verwijderen die onrechtmatig op het perceel van eiser is gebouwd, met een dwangsom bij niet-naleving.