Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1]
2.[gedaagde 2]
1.Het procesverloop
2.De beoordeling van de bevoegdheid van de kantonrechter
3.De beslissing
woensdag 15 mei 2024 te 09:30 uurvoor conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde 2] .
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele procedure heeft eiseres een vordering ingesteld tegen twee gedaagden, waarbij sprake is van subjectieve cumulatie van vorderingen. Gedaagde 2 stelde dat de kantonrechter onbevoegd is omdat de vordering tegen hem niet onder de kantonrechter valt vanwege de aard van de vordering en de waarde ervan. Eiseres betoogde dat de vorderingen zodanig samenhangen dat afzonderlijke behandeling onwenselijk is.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tegen gedaagde 1 een arbeidsovereenkomst betreft en daarmee een aardzaak is die onder de bevoegdheid van de kantonrechter valt. De vordering tegen gedaagde 2 betreft een onrechtmatige daad en is van onbepaalde waarde, waardoor de kantonrechter in beginsel onbevoegd is. Echter, vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen en proceseconomische overwegingen, is verwijzing naar de handelskamer achterwege gelaten.
De kantonrechter wees het incident tot onbevoegdheid af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De hoofdzaak is verwezen naar een rolzitting voor conclusie van antwoord van gedaagde 2. Deze beslissing voorkomt omslachtige procedures en bevordert een efficiënte procesvoering.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd en wijst het incident tot onbevoegdheid af wegens strijd met de goede procesorde.