Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 156.267,00en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de verdediging
6.Vaststelling en betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 30.840,78.De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de raadsvrouw verzocht, de duur van de gijzeling te matigen, nu hiervoor geen concrete omstandigheden zijn aangevoerd.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
€ 30.840,78 (dertigduizend achthonderdveertig euro en achtenzeventig eurocent)ter ontneming van door haar wederrechtelijk verkregen voordeel.