ECLI:NL:RBNHO:2024:4059
Rechtbank Noord-Holland
- Verstek
- M.E. Oomens
- Rechtspraak.nl
Vonnis over oneerlijke bik- en rentebedingen in algemene huurvoorwaarden
In deze zaak tussen Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland en een gedaagde partij oordeelt de kantonrechter dat de artikelen 13.1 en 13.2 van de Algemene Huurvoorwaarden februari 2020, die betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke incassokosten, oneerlijk zijn. Dit oordeel volgt op een tussenvonnis waarin de eisende partij de gelegenheid kreeg zich uit te laten over het voorlopige oordeel.
De eisende partij betoogde dat de bedingen niet oneerlijk zijn omdat zij gebaseerd zijn op wettelijke bepalingen en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt echter dat de wettelijke grondslag niet relevant is wanneer een contractueel beding oneerlijk wordt bevonden; het beding moet dan worden vernietigd en de vordering op dat onderdeel worden afgewezen.
De kantonrechter wijst daarom de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten af. De huurachterstand tot en met november 2023 van € 1.082,45 wordt wel toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag en de proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de huurachterstand toe en wijst de vorderingen op rente en incassokosten af wegens oneerlijke bedingen.