De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, die bij de moeder wonen na de scheiding van de ouders in april 2022. De kinderrechter had een eerder verzoek in september 2023 afgewezen omdat hulpverlening in een vrijwillig kader toen nog mogelijk leek.
Sindsdien zijn de zorgen toegenomen omdat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is, wat leidt tot spanningen, ruzies en negatieve uitlatingen in het bijzijn van de kinderen. De kinderen ervaren het contact met de vader als belastend en vertonen emotionele en gedragsproblemen, zoals moeite met emotie-regulatie en bedplassen.
De vader staat niet open voor hulpverlening, ook niet in een gedwongen kader, terwijl de moeder het verzoek steunt. De kinderrechter oordeelt dat de situatie een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de kinderen en dat het vrijwillige kader onvoldoende is. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar toegewezen, met als doelen het verbeteren van de communicatie tussen ouders, het ondersteunen van de vader en het bieden van emotionele hulp aan de kinderen.
De kinderrechter wijst tevens op de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ouders en benadrukt het belang van het ouderschapsplan en het naleven van afspraken. Tot slot wordt verwezen naar ‘De Brief Aan Alle Gescheiden Ouders!’ van Villa Pinedo, die de impact van ouderlijke conflicten op kinderen illustreert.