Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), van 18 april 2024 tot 18 april 2025;
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds januari 2023 uit huis is geplaatst vanwege ernstige zorgen over fysieke mishandeling door de moeder. De minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin waar hij zich op zijn plek voelt, terwijl de moeder een behandeling volgt gericht op emotieregulatie.
De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt verlenging van beide maatregelen, onderbouwd met het feit dat de moeder nog onvoldoende inzicht en erkenning toont ten aanzien van de mishandelingen, en dat de veiligheid van de thuissituatie nog onvoldoende is vastgesteld. De minderjarige heeft emotioneel aangegeven graag terug te willen naar de moeder, maar de kinderrechter acht de uithuisplaatsing nog noodzakelijk vanwege het ontbreken van voldoende waarborgen.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor twaalf maanden en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. In die periode dient toegewerkt te worden naar een thuisplaatsing, waarbij de GI met spoed de veiligheid van de thuissituatie moet onderzoeken en een stappenplan voor omgang en terugkeer moet worden opgesteld. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor twaalf maanden en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden met het oog op een veilige terugkeer naar de moeder.