ECLI:NL:RBNHO:2024:4220
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen noodbevel gebiedsverbod in Zaanstad
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland behandelde op 16 april 2024 het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het door de burgemeester van Zaanstad opgelegde noodbevel. Dit noodbevel legde een gebiedsverbod op voor drie maanden in delen van Zaanstad, na een explosie van vermoedelijk zwaar vuurwerk bij de woning van verzoeker.
De burgemeester baseerde het noodbevel op een bestuurlijke rapportage van 8 april 2024, waarin melding werd gemaakt van de explosie die aanzienlijke schade veroorzaakte aan de woning van verzoeker en buren, en waarbij de veiligheid van omwonenden ernstig werd bedreigd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester zich op goede gronden kon beroepen op de vrees voor ernstige wanordelijkheden.
De voorzieningenrechter overwoog dat het noodbevel niet in strijd was met het subsidiariteitsbeginsel, omdat minder ingrijpende maatregelen zoals cameratoezicht of intensievere politiecontrole onvoldoende waren om de openbare orde te waarborgen. Tevens werd het zwaardere gewicht van het recht op leven (artikel 2 EVRM Pro) erkend boven het recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro).
Wel gaf de voorzieningenrechter aan dat in de bezwaarprocedure meer aandacht moet worden besteed aan een concrete en daadkrachtige motivering van het besluit. De voorlopige voorziening heeft een voorlopig karakter en bindt niet in een bodemprocedure. Het verzoek werd afgewezen, waardoor het noodbevel van kracht blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het noodbevel met gebiedsverbod wordt afgewezen, waardoor het noodbevel van kracht blijft.