Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 141.144,80en dat aan veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van veroordeelde en zijn raadsman
6.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 141.144,80.
7.Toepasselijke wettelijke bepaling
8.Beslissing
141.144,80euro (honderdeenenveertigduizend honderdvierenveertig euro en tachtig eurocent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.