Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Ziggo B.V.
1.Het procesverloop
2.De vordering en het verweer
3.De beoordeling
€ 67,50( ½ punt x tarief € 135,00)
Rechtbank Noord-Holland
Ziggo heeft in 2013 een vordering ingesteld tegen de eiser in verzet wegens niet-betaalde abonnementsgelden. De eiser verscheen niet, waarna verstekvonnis werd uitgesproken. In 2023 kwam de eiser in verzet tegen dit vonnis. De rechtbank beoordeelde de ontvankelijkheid van het verzet en stelde vast dat de eiser niet eerder ondubbelzinnig op de hoogte was van het vonnis. Telefonische contacten en een e-mail van Ziggo konden niet als voldoende daad van bekendheid worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat Ziggo onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een abonnementsovereenkomst met de eiser. Enkel het overleggen van facturen en aanmaningen was niet toereikend. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard en het verstekvonnis vernietigd. De oorspronkelijke vordering werd alsnog afgewezen.
De proceskosten werden aan Ziggo opgelegd, met uitzondering van de kosten van de verzetdagvaarding die door de eiser zelf gedragen moeten worden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen indien niet tijdig betaald.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering van Ziggo afgewezen wegens onvoldoende bewijs.