De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting binnen het huwelijk in de periode van januari 2017 tot januari 2019 te Wormer. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan twee voorwaardelijk, en toewijzing van de schadevergoeding aan het slachtoffer.
De verdachte ontkende en stelde dat de seksuele handelingen vrijwillig waren. Het dossier bevatte verklaringen van het slachtoffer en enkele getuigen die dwang bevestigden, evenals een schriftelijke verklaring van de ex-echtgenote van verdachte. Echter concludeerde de rechtbank dat de verklaringen van getuigen onbetrouwbaar waren vanwege sturende WhatsApp-berichten van het slachtoffer.
Omdat er geen objectief bewijs was dat overtuigend de vereiste mate van dwang aantoont, sprak de rechtbank verdachte vrij van verkrachting. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 18 april 2024.