ECLI:NL:RBNHO:2024:4610

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 april 2024
Publicatiedatum
7 mei 2024
Zaaknummer
10657954 \ CV EXPL 23-5348
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit Gemeentelijke SchuldhulpverleningArt. 6:96 lid 6 BWArt. 85 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling huurachterstand bij begeleid wonen ondanks onveilige woonomgeving

Velison Wonen vorderde betaling van een huurachterstand van €6.436,61 van een huurder die woonruimte betrok in het kader van begeleid wonen. De huurder had de woning per 12 januari 2024 verlaten en voerde verweren aan over een onveilige woonomgeving en onterechte huurplicht, mede gebaseerd op een buurman die beweerde dat hij 'gratis' woonde.

De kantonrechter oordeelde dat deze verweren onvoldoende waren onderbouwd. De huurder had geen bewijs geleverd van de slechte staat van het gehuurde of de buurt, ondanks meerdere uitstelmogelijkheden. De stelling dat een buurman gratis woonde, maakte de huurovereenkomst en de betalingsverplichting niet ongedaan.

Velison Wonen had de buitengerechtelijke incassokosten gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen wegens het ontbreken van een correcte aanmaning conform artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De proceskosten werden aan de huurder opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €6.436,61 huurachterstand met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10657954 \ CV EXPL 23-5348
Uitspraakdatum: 10 april 2024 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting
Stichting Velison Wonen
gevestigd te IJmuiden, gemeente Velsen
eiseres
verder te noemen: Velison Wonen
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
ten tijde van dagvaarden wonende in de gemeente [gemeente]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

1.Het procesverloop

1.1.
Velison Wonen heeft bij dagvaarding van 10 augustus 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
1.2.
Op 27 maart 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Velison Wonen ter toelichting van haar standpunt naar voren heeft gebracht. [gedaagde] is ondanks daartoe juist te zijn opgeroepen niet verschenen.

2.Feiten

2.1.
[gedaagde] huurde met ingang van 13 december 2022 van Velison Wonen een woning aan [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde) op grond van een
huurovereenkomst voor bepaalde tijd met begeleid wonen. De begeleiding van [gedaagde] vindt plaats door het RIBW. De huur bedraagt € 576,13 per maand.
2.2.
[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan.
2.3.
Op 26 mei 2023 heeft Velison Wonen voldaan aan de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Pro het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
2.4.
Per 12 januari 2024 heeft [gedaagde] het gehuurde verlaten.

3.De vordering

3.1.
Velison Wonen vordert – na vermindering van haar eis – dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de huurachterstand (inclusief de na dagvaarding verschenen termijnen), de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. Velison Wonen heeft ter zitting van 27 maart 2024 een bijgewerkt overzicht overgelegd waaruit blijkt dat de huurachterstand tot en met 12 januari 2024 € 6.436,61 bedraagt.
3.2.
Velison Wonen heeft ter zitting haar vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en tot ontruiming van het gehuurde ingetrokken omdat [gedaagde] het gehuurde per 12 januari 2024 heeft verlaten, waardoor de huurovereenkomst feitelijk is geëindigd.

4.Het verweer

4.1.
[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. In zijn mondeling antwoord van 23 augustus 2023 heeft hij aangevoerd dat de huurachterstand mede is opgelopen omdat Velison Wonen een ander facturatiesysteem is gaan gebruiken. Verder voert hij aan dat hij zich niet veilig voelt in het gehuurde en dat het gehuurde en de buurt er volgens hem “niet uitzien”. Verder heeft zijn buurman hem verteld er “gratis” te wonen. [gedaagde] vindt het daarom oneerlijk dat hij wel (zoveel) huur moet betalen.

5.De beoordeling

5.1.
Velison Wonen heeft op de zitting van 27 maart 2024 een bijgewerkt overzicht van de huurachterstand overgelegd. Daaruit blijkt dat de huurachterstand tot en met 12 januari 2024 € 6.436,61 bedraagt.
5.2.
De kantonrechter zal de vordering toewijzen. De verweren van [gedaagde] kunnen namelijk niet slagen. De enkele stelling dat het gehuurde en de buurt er “niet uitzien” en dat hij zich daar onveilig voelt, is onvoldoende om te oordelen dat [gedaagde] niet de volledige huur aan Velison Wonen verschuldigd is. Hoewel hem daartoe (meermaals) uitstel is verleend heeft hij de gestelde slechte staat van het gehuurde in het geheel niet onderbouwd met bijvoorbeeld foto’s of andere stukken. Ook de omstandigheid dat zijn buurman heeft gezegd er “gratis” te wonen betekent niet dat [gedaagde] geen huur aan Velison Wonen verschuldigd is. Die verplichting volgt immers uit de huurovereenkomst tussen partijen. [gedaagde] is ook niet op de zitting verschenen om zijn stellingen nader toe te lichten. Dat betekent dat de kantonrechter [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.436,61 aan huurachterstand. De wettelijke rente zal als niet betwist worden toegewezen zoals gevorderd.
5.3.
Velison Wonen vordert een bedrag van € 351,21 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw). Deze vordering wordt afgewezen omdat Velison Wonen de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), waarop zij zich ter onderbouwing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten beroept, niet heeft overgelegd. Daarmee is in strijd gehandeld met artikel 85 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het overgelegde afschrift van de e-mail is niet voldoende, nu daarin de zogenoemde header ontbreekt, zodat niet kan worden vastgesteld of de e-mail is verstuurd en naar welk adres.
5.4.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij (grotendeels) ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Velison Wonen van € 6.436,61, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.909,06 vanaf 10 augustus 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Velison Wonen tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 129,85
griffierecht € 487,00
salaris gemachtigde € 678,00 (2x € 339,00);
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter