ECLI:NL:RBNHO:2024:4615
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Teruggave geldbedrag na conservatoir beslag ondanks veroordeling Opiumwetfeiten
Op 3 mei 2018 werd onder de ex-partner van klager klassiek beslag gelegd op een contant geldbedrag van €67.745,-. Op 1 juni 2018 legde het Openbaar Ministerie conservatoir beslag op hetzelfde bedrag onder klager. Klager werd bij vonnis van 3 november 2023 veroordeeld tot 240 uur taakstraf wegens medeplegen van verboden handelen onder de Opiumwet, zonder geldboete of ontnemingsvordering.
Klager diende op 1 februari 2024 een klaagschrift in tot teruggave van het geldbedrag. De rechtbank oordeelt dat het conservatoire beslag onder klager niet is geëindigd door een afstandsverklaring van de ex-partner, en dat klager ontvankelijk is in zijn beklag. De rechtbank stelt vast dat geen strafvorderlijk belang bestaat om teruggave te weigeren en dat klager als eigenaar van het bedrag moet worden beschouwd, mede op basis van door hem overgelegde leningovereenkomsten.
Het Openbaar Ministerie betwist het eigendom en stelt dat het geld vermoedelijk uit strafbare feiten afkomstig is, maar heeft geen ontnemingsvordering ingesteld. De rechtbank volgt dit niet en wijst het standpunt af dat teruggave maatschappelijk onverantwoord zou zijn. De rechtbank gelast de teruggave van het volledige geldbedrag aan klager.
Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van het geldbedrag van €67.745 aan klager.