Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2024:4669

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 april 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
10829656 \ CV EXPL 23-4017
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvorderingEuropese Verordening nr. 1215/2012Art. 1382 Belgisch Burgerlijk WetboekArt. 1383 Belgisch Burgerlijk Wetboek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering administratieve boete Lage Emissiezone Stad Antwerpen

Stad Antwerpen vordert betaling van een administratieve boete van €150 wegens het rijden van [gedaagde] in een lage emissiezone in Antwerpen, terwijl haar auto niet aan de emissienormen voldeed. [gedaagde] erkent het rijden in de zone, maar betwist de boete met het argument dat zij onbedoeld de zone betrad door onduidelijke bewegwijzering en het volgen van een vrachtwagen, en dat zij snel weer de snelweg opreed zonder daadwerkelijk in Antwerpen te zijn geweest.

De Nederlandse kantonrechter stelt vast bevoegd te zijn omdat [gedaagde] in Nederland woont en past Belgisch recht toe vanwege het internationale karakter en de locatie van de onrechtmatige daad. Stad Antwerpen reageert niet op het inhoudelijke verweer van [gedaagde], waardoor de grondslag van de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt Stad Antwerpen tot betaling van de proceskosten, die nihil worden begroot omdat [gedaagde] zich zonder gemachtigde heeft verdedigd.

Uitkomst: De vordering tot betaling van de administratieve boete wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10829656 \ CV EXPL 23-4017
Uitspraakdatum: 18 april 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de buitenlandse publiekrechtelijke rechtspersoon Stad Antwerpen
gevestigd te Antwerpen, België
eisende partij
verder te noemen: Stad Antwerpen
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]

1.Het procesverloop

1.1.
Stad Antwerpen heeft bij dagvaarding van 8 november 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Stad Antwerpen heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, hierop niet meer gereageerd.

2.De vordering en het verweer

2.1.
Stad Antwerpen vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 150,00 en de proceskosten.
2.2.
Stad Antwerpen legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] op 22 juli 2022 met haar auto in een zogenaamde ‘Lage Emissiezone’ van Stad Antwerpen is geweest, terwijl haar auto niet voldeed aan de emissienormen. Stad Antwerpen heeft [gedaagde] daarom op grond van het Reglement Lage Emissiezones (hierna: het Reglement) een administratieve boete van € 150,00 opgelegd. [gedaagde] heeft deze boete niet betaald, waardoor Stad Antwerpen stelt schade te hebben geleden op grond van artikel 1382 en Pro 1383 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek, ter hoogte van de boete.
2.3.
[gedaagde] erkent dat zij met haar auto in een ‘Lage Emissiezone’ heeft gereden. Zij voert echter aan dat dit komt doordat de bewegwijzering niet duidelijk was en zij achter een vrachtwagen reed, waardoor zij zich ineens op de afrit naar Antwerpen bevond en er vervolgens geen mogelijkheid meer was om van de afrit te komen. Daarom is [gedaagde] aan het einde van de afrit zo snel mogelijk weer de snelweg opgereden, omdat ze helemaal niet naar Antwerpen wilde gaan. De pinbetalingen in Aalst kunnen bevestigen dat zij niet in Antwerpen is geweest, aldus [gedaagde] .

3.De beoordeling

3.1.
Omdat deze zaak een internationaal karakter draagt, wordt eerst beoordeeld of de kantonrechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
3.2.
Artikel 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering bepaalt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien gedaagde in Nederland zijn woonplaats heeft en de zaak bij dagvaarding moet worden ingeleid. Voor zover de Europese Verordening nr. 1215/2012 van toepassing is, volgt daaruit hetzelfde. Aangezien [gedaagde] woonachtig is in Nederland, is de Nederlandse rechter en in dit geval de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad, bevoegd van het geschil kennis te nemen.
3.3.
De kantonrechter overweegt vervolgens dat hij op grond van de regels van internationaal privaatrecht Belgisch recht dient toe te passen. De gestelde onrechtmatige daad en de schade hebben zich immers in België voorgedaan.
3.4.
[gedaagde] heeft de vordering van Stad Antwerpen gemotiveerd betwist.
3.5.
Stad Antwerpen heeft – hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld – niet meer gereageerd op hetgeen [gedaagde] bij antwoord in reactie op de vordering van Stad Antwerpen naar voren heeft gebracht. Omdat Stad Antwerpen niet heeft gereageerd op het inhoudelijke verweer van [gedaagde] , kan niet worden vastgesteld of de grondslag van de vordering van Stad Antwerpen deugdelijk is. De vordering wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd afgewezen.
3.6.
De proceskosten komen voor rekening van Stad Antwerpen, omdat zij ongelijk krijgt. Omdat [gedaagde] zich in deze procedure niet heeft bij laten staan door een gemachtigde, zullen haar kosten worden begroot op nihil.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vordering af;
4.2.
veroordeelt Stad Antwerpen tot betaling van de proceskosten die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, rechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter