ECLI:NL:RBNHO:2024:4710
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorzieningen bij opschorting en intrekking bijstand wegens erfenis ex-partner
Verzoekster heeft bij de rechtbank voorlopige voorzieningen gevraagd tegen drie besluiten van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Zaffier: de opschorting van haar bijstandsuitkering per 6 november 2023, de intrekking van haar bijstandsuitkering met ingang van 22 februari 2023 en de afwijzing van haar aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag.
Centraal in de zaak staat de erfenis van haar overleden ex-partner, waarvan verzoekster en haar kind erfgenamen zijn. Verzoekster heeft bedragen uit deze erfenis op haar rekening gestort, handelingen voor de onderneming van de erflater verricht en een auto op haar naam gezet, maar heeft dit niet tijdig gemeld en onvoldoende stukken aangeleverd ondanks hersteltermijnen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen belang heeft bij het ongedaan maken van de opschorting nu de intrekking van de uitkering terugwerkend is vastgesteld. Ook is onvoldoende aannemelijk dat het bezwaar tegen de intrekking kans van slagen heeft, mede omdat verzoekster beschikt over middelen uit de erfenis en niet heeft aangetoond niet in haar noodzakelijke kosten te kunnen voorzien. Voor de individuele inkomenstoeslag ontbreekt eveneens spoedeisend belang. De verzoeken worden daarom afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing.