ECLI:NL:RBNHO:2024:4715

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
13 mei 2024
Zaaknummer
AWB - 24 _ 492
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij indicatie banenafspraak

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een indicatie banenafspraak, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is afgewezen. Na bezwaar bleef het besluit ongewijzigd, waarna verzoeker beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 5 maart 2024 behandeld en direct afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op het ontbreken van een spoedeisend belang; het feit dat de arbeidsovereenkomst van verzoeker spoedig afloopt, vormt daarvoor geen aanleiding omdat een WW-uitkering kan worden aangevraagd. Ook een lopende sollicitatieprocedure is onvoldoende voor spoed.

Daarnaast is inhoudelijk overwogen dat verzoeker geen sterke zaak heeft. Uit gegevens van Suwinet blijkt dat verzoeker meer dan het minimumloon kan verdienen, waardoor opname in het doelgroepregister niet mogelijk is. Verwijzing naar een VN-verdrag is onvoldoende onderbouwd en kan het verzoek niet ondersteunen.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de afwijzing definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende inhoudelijke gronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/492
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. L.A. Vromans).

Inleiding

1.1.
Verweerder heeft de aanvraag van eiser om een ‘indicatie banenafspraak’ met het besluit van 23 oktober 2023 afgewezen.
1.2.
Met het bestreden besluit van 16 januari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven.
1.3.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.4.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 5 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
1.6.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Spoedeisend belang
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daarvan geen sprake is bij verzoeker. Dat de arbeidsovereenkomst spoedig afloopt is niet een dergelijk belang, omdat verzoeker een WW-uitkering kan aanvragen. Een lopende sollicitatieprocedure is eveneens geen spoedeisend belang. De conclusie is dat er geen enkel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
Inhoudelijk
3. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter verzoeker uitgelegd, dat ook al had hij een spoedeisend belang, verzoeker geen sterke zaak heeft. Uit de gegevens van Suwinet (de polisadministratie) blijkt immers dat verzoeker meer dan het minimumloon kan verdienen en daarom niet in het doelgroepregister kan worden opgenomen. De enkele verwijzing naar een verdrag van de Verenigde Naties kan verzoeker niet baten, omdat verzoeker niet onderbouwt of en in hoeverre dat in zijn zaak van toepassing is. Dus ook op inhoudelijke gronden wordt het verzoek afgewezen.
4. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.