Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
2.De feiten
(..):
3.Het geschil
(rechtbank leest: hebben opgeleverd), dan wel een in goede justitie te bepalen veroordeling;
4.De beoordeling
- waarde van de woning;
- roerende zaken/auto;
- banktegoeden;
- schuld aan de kinderen en overige schulden.
Ik legateer aan mijn echtgenote een bedrag gelijk aan de waarde van mijn nalatenschap”. Partijen zijn verdeeld over de vraag voor welke waarde de woning in de berekening van de omvang van het tweetrapslegaat moet worden betrokken. Zowel [eiseres] als moeder hebben bij de waardering van de woning aansluiting gezocht bij de WOZ waarde van de woning, moeder die van 2018 (€ 363.000) en [eiseres] die van 2019 (€ 443.000). Anders dan in het verweer van [eiseres] besloten ligt, heeft tot uitgangspunt te gelden de waarde van de goederen van de nalatenschap op het tijdstip onmiddellijk na overlijden van erflater, in dit geval 28 maart 2018. Daaruit volgt reeds dat de rechtbank [eiseres] niet zal volgen in de door haar genoemde waarde, omdat deze verder van het peilmoment is gelegen.
- het standpunt van moeder dat jaarlijks rente is verschuldigd steun vindt in de redactie van de akte (2.4);
- [eiseres] het beroep op verjaring door moeder niet (gemotiveerd) heeft bestreden, ook niet ter zitting.