De rechtbank Noord-Holland heeft op 7 mei 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil tussen Stichting Behoud Waterland en een mede-eiser tegen het college van burgemeester en wethouders van Purmerend over een tijdelijke omgevingsvergunning voor de aanleg van twintig camperplaatsen op een perceel met agrarische bestemming.
Eisers voerden aan dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en de provinciale omgevingsverordening, dat het de kernkwaliteiten van het Beemstergebied aantast en de verkeersveiligheid in gevaar brengt. Verweerder stelde dat de vergunning terecht is verleend op grond van een goede ruimtelijke ordening en dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast.
De rechtbank oordeelde dat het bouwplan inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan, maar dat dit niet automatisch strijd oplevert met een goede ruimtelijke ordening. Verweerder heeft volgens de rechtbank voldoende gemotiveerd dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast en dat de verkeersveiligheid niet in het geding is. Ook de vermeende onjuistheden in de vergunning zijn kennelijke verschrijvingen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vergunning blijft gelden en eisers geen proceskostenvergoeding ontvangen. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.