Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
,
Rechtbank Noord-Holland
De moeder vordert in kort geding dat de gecertificeerde instelling (GI) het contact met haar minderjarige kind binnen zeven dagen herstelt, met een dwangsom bij niet-naleving en veroordeling in proceskosten. De minderjarige verblijft bij de vader en staat sinds 2021 onder toezicht, met een zorgregeling die weekendomgang bij de moeder toestaat. Na een wijziging in mei 2023 werd het contact beperkt tot begeleide omgang, maar deze is door de GI nog niet gerealiseerd.
De GI voert aan dat het kind speltherapie krijgt en dat hulpverleningstrajecten voor beide ouders worden ingezet, maar dat de moeder weigert deel te nemen. De GI wacht op gemeentelijke financiering om de begeleide omgang te starten. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
Gelet op het belang van het kind en de uitspraak van het gerechtshof dat begeleide omgang op korte termijn moet plaatsvinden, wijst de voorzieningenrechter de vordering toe. De GI wordt veroordeeld het contact binnen 21 dagen te herstellen en een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €2.000 te betalen bij niet-naleving. Tevens wordt de GI veroordeeld in de proceskosten van €1.548. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De GI wordt veroordeeld het begeleid contact binnen 21 dagen te herstellen met een dwangsom bij niet-naleving en veroordeling in proceskosten.