Op 2 december 2023 arriveerde verdachte op Schiphol met vlucht uit Curaçao en nam een koffer mee waarin 1.312 gram cocaïne werd aangetroffen. Verdachte ontkende aanvankelijk eigendom van de koffer, maar de rechtbank concludeerde op basis van verklaringen, bagagelabels en instapkaart dat de koffer van hem was.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was en vroeg om het horen van vijf getuigen, waaronder verbalisanten, maar dit verzoek werd gemotiveerd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten waren. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne invoerde.
De rechtbank hield rekening met recidive van verdachte en de ernst van het feit, waarbij de hoeveelheid cocaïne bestemd was voor handel. Ondanks persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf maanden op, met aftrek van voorarrest.
De straf wordt volledig uitgevoerd in detentie, met mogelijkheid tot deelname aan een penitentiair programma. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.